De Staat van de Theatertekst door Dounia Mahammed
Uitgesproken tijdens de opening van Shakespeare is Dead op vr 4 april 2025, hét festival voor podiumschrijvers en nieuwe verhalen.
Dag Hallo Salaam Iedereen,
ik ben Dounia. Ik ben droevig, vol twijfel en blijf met moeite overeind.
Verder gaat het goed en ben ik blij dat de zon schrijnt.
Er werd mij gevraagd of ik de staat van de theatertekst wou uitspreken.
Ik dacht meteen: o help nee. Ik zei: ja. Dat doe ik vaker. Vrij vervelend.
Ik bedacht: bon ik ga gewoon op en zeg: de staat van de theatertekst bestaat niet,
is onmogelijk te vatten, wat mij betreft. En ga dan af. Letterlijk en figuurlijk.
Toen bekroop mij een gevoel. Een verantwoordelijkheidsgevoel.
Want er is iets groters dat mij wakker houdt: ik vind het ingewikkeld me met de staat van de theatertekst bezig te houden terwijl niet alleen mijn staat niet zo goed is, maar ook de staat van de wereld 😬
Dus ik voeg eraan toe:
In het licht van de gebeurtenissen in Palestina, en op veel andere plaatsen in de wereld, bestaat de theatertekststaat niet. Zolang kolonisatie bestaat, uitbuiting, zolang genocides plaatsvinden, mag die niet bestaan. Is die totaal geen prioriteit. Is die zelfs verspilde tijd.
Toen bekroop mij nóg een verantwoordelijkheidsgevoel.
Omdat mijn staat -die geen staat is- nu uit vrij weinig woorden bestaat.
Ik weet soms niet meer waar mijn verantwoordelijkheid juist ligt. Juist ligt.
Iets in mij begrijpt niet dat wij doorgaan met voorstellingen, het dagelijkse leven, staten van theaterteksten. Wil roepen op dat hele gebeuren onzin is.
Maar ik durf niet te roepen op dit soort gelegenheden en durf ik ook niet meer afzeggen.
Moet men, om het over de staat van dingen te hebben, niet zelf in min of meer goeie staat zijn? Of mag ook het onaffe, onheldere, vermoeide spreken gehoord worden?
Omdat ik liever wil dat we ons onvermogen delen, eerder dan nog langer te doen alsof.
Alsof we weten wat we doen. Wat de stand van zaken is, onze mening.
WANT WAT ZIJN WE AAN HET DOEN?
WAT ZIJN WE AAN HET DOEN WANNEER WE NIET ALLES DOEN WAT WE KUNNEN OM HET GEWELD TE STOPPEN? KIEZEN WIJ DIT ?
OF ZIJN WE BANG OM ERUIT TE STAPPEN?
RADICAAL TE ZIJN? TE ROEPEN?
ZIJN WE GELEEFD AAN HET WORDEN DOOR EEN SYSTEEM DAT ONS DIEP HEEFT INGEPRENT DAT WE MOETEN OPBRENGEN? UITBLINKEN? DOORGAAN?
IK WEET HET NIET, IK WEET NIET WAT IK AAN HET DOEN BEN,
IK VERLIES OVERZICHT,
IK WEET NIET WANNEER IK DE GRENZEN BEREIK VAN WAT IK KAN DOEN,
HET LIJKT NOOIT VOLDOENDE EN IK BEN BANG.
IK BEN BANG OM ALLES TE GEVEN. WANT DAT IS MIJZELF.
EN TOCH BLIJF IK HET ME VOORNEMEN. ELKE DAG.
HET ENIGE WAAROVER IK NIET TWIJFEL
HET ENIGE DAT ECHT VAN BELANG IS:
FREE PALESTINE.
LAAT ONS WEERSTAND EN VERZET BIEDEN
TEGEN LANDSGRENZEN, GENOCIDE, UITBUITING EN KOLONIAAL GEWELD.
FROM EVERY RIVER TO EVERY SEA.
LATEN WE ONZE ONZEKERHEID EN UITPUTTING DELEN
ELKAAR STEUNEN EN MOED INSPREKEN.
Al wat volgt is dus bijzaak. Ik zei dus ja. Op de vraag.
Ik studeer al jaren het zinnetje: “ik heb tijd nodig om erover na te denken.”
Maar zei ik dat ik tijd nodig had? Ik denk het niet.
Stel dat ik het had gezegd; hoe veel tijd kan ik dan vragen?
Ik heb namelijk een talent en dat is overdenken.
Ik blink uit in heel lang en diep en over iets nadenken.
En nog eens. En nog eens. En toch nog eens.
waarom ik? waarom iedereen behalve ik?
Kan ik met mijn rare staat het woord nemen?
Is het mij gepermitteerd níet het woord te nemen?
is het niet-? ben ik niet gewoon bang?
wie wil nu horen-?
wat als mensen mijn eerlijkheid niet waarderen?
Mensen worden daar soms boos van, van eerlijkheid.
En ik ben bang van boze mensen.
Trouwens, wat is een staat van de theater-?
ik hou eigenlijk niet van dat woord - theater klinkt wat stoffig
speeltekst, tekst - die wil spelen, speeltekst lijkt mij gepast.
De staat van de speeltekst. Als er al een staat bestaat.
Is dat tout court een ding? Staten van zijn? Standen van zaken?
Bestaan die? Bon, wat is die theatertekststaat eigenlijk?
Ik zoek een voorbeeld op. Mathieu Charles schreef een mooie staat.
Koos ook om zich te richten naar de staat van de schrijver, eerder dan die van de tekst. Ik voel veel herkenning bij het lezen, ook over de obstakels, het institutionele geweld, jammer genoeg nog steeds. Maar ik voel ook verbinding.
Tot ik de boze reacties lees. O help. ik citeer Rob:
“Er valt altijd veel te verbeteren, maar het is een potsierlijke overdrijving om van ‘witte instituten’ te spreken. En een woord als ‘geweld’ kun je beter bewaren voor de vele situaties waarin mensen écht met geweld te maken hebben.”
Emotioneel geweld, Rob, ís geweld. Racisme, queer en transfobia, ableism, seksisme, discriminatie, tokenism, body shaming, grensoverschrijdend gedrag, om maar enkele voorbeelden te noemen van wat we zien plaatsvinden in, jawel toch nog steeds vrij witte instituen- zijn allemaal voorbeelden van: goed geraden, beste Rob, geweld! Racisme is niet voor niets strafbaar.
Zo, ik spaar jullie verder de misselijkmakende uiteenzetting van Rob,
wat mij betreft mag die gaan liggen rijpen in een schuif.
Rob hielp niet bij het aanwakkeren van mijn enthousiasme.
Intussen beeld ik me levendig in hoe verontwaardigde mensen, die ik niet ken, mijn staat neersabelen: egocentrisch! -ik spreek dan ook vaak uit de ik persoon,
(dat komt omdat ik het moeilijk vind anderen woorden in de mond te leggen.
Daarover wou ik het nog hebben, dat veel schrijvers dat doen en dat dat misschien nog aandacht vraagt.) Maar dus sorry Rob, ook hier zal je veel ikjes lezen.
Want ik nam dus, bij gebrek aan andere opties, mijzelf als casus. Raar. Ongemakkelijk. Veel ikjes, waar ook ik lichte allergie aan heb, of toch als ik ze zelf schrijf. Dat is die blik die ik internaliseerde, de Rob-blik. Maar ik heb jarenlang therapie achter de rug om dit te kunnen, dus hou je vast, Rob. Denk maar dat ik de hik heb, als het echt niet langer lukt.
Wacht, hik zal een handje helpen.
Ik zat dus met koffie in de zon die mijn hoofd aaide, terwijl het in mijn hoofd wild waaide:
Ik vroeg me net als Mathieu af: wat is onze staat? en vroeg me uit-ge-breid wat ik daarover te zeggen heb. Ik val namelijk in herhaling. Ook dat benoemde Mathieu al.
We herhalen dat we elkaar herhalen. Waarom? Waarom dan geen dutje?
Iets maakt dat we blijven benoemen wat al zo velen benoemden. En dat is het geweld, jawel Rob, het geweld, dat zich ook herhaalt.
Ik geloof dat mijn onwelzijn en praktijk de eerlijkste inkijk is.
Anders had ik jarenlang studie moeten doen met vele analyses,
dat is niet mijn stijl en er was geen tijd en budget voor.
Olala. Lange intro he? Misschien ís mijn tekst een intro. Dat komt omdat een begin schrijf, dat dan totaal ridicuul vind en opnieuw begin, en opnieuw, tot de dag van de staat aanbreekt en ik al mijn mislukte beginnen vlug aan elkaar plak en dan met trillende knietjes voorlees.
Aangezien ik dus de poging tot beschrijving van de staat van de speeltekstschrijver breng, zullen jullie het met mijn rommelige staat moeten doen, vrees ik. Wat mij betreft ontstaat een tekst namelijk tussen veel ander geschrijf door, middenin de woeligheid van leven:
● tijdens een inzinking
● op mijn telefoon in de trein, op de bus, trap, stappend door de stad
● gevangen in een zetel of bed omdat ik weer platgeslagen ben
● Op momenten van grote wanhoop en een gevoel van machteloosheid over de gewelddadige wereld waarin wij leven
● In een voicenote aan mijzelf terwijl ik met mijn hondjes door het bos wandel en niet kan typen
● In de nacht op momenten dat mijn overprikkeling en gevoelens mij wakker houden en ik ze wanhopig probeer te ordenen
● Spelend prutsend knutselend
● Wanneer ik geschrapt wordt. Dan herschrijf ik mij.
Mijn schrijven is mijn meest constructieve vlucht, coping, schrijvend bepaal ik hoe ik besta. Niet langer stil en onmogelijk. Schrijvend geef ik mijn bestaan taal, spelend maak ik het hoorbaar of leesbaar, al dan niet verstaanbaar. Ik schrijf mij het leven weer in als ik eruit val, als ik uitval of als iemand mij eruit probeert te schrijven, te spreken, te zwijgen.
Wat de speeltekst zo mooi maakt is haar onstatische staat. Dat ze beweegt, leeft, van mens tot mens overgedragen: uit een hoofd, door monden, naar oren, ogen, weer hoofden in. Zo dragen meer en meer harten een verhaal. Onvatbaar. Vluchtig .
Maar hoe levendig is het bestaan van de speeltekst vandaag?
Als er al een staat bestaat denk ik eigenlijk…dat die vaker ligt dan staat.
In een schuif. In sluimerstand ergens in een bestand.
Als het goed ging met onze teksten, was er geen statische staat.
Als het goed gaat met ons liggen wij ook niet hele dagen plat. Hoewel.
De mogelijkheid is welkom. De mogelijkheid te liggen, te rusten, in sluimestand.
Af te sluiten, een bestand dat bestond en opnieuw te beginnen.
Weer in beweging te komen, spelen, samen.
Beweging afgewisseld met stilstand, reflectie. En ik kan mij vergissen, maar die balans.... het lijkt erop dat we vooral vrij veel in beweging zijn? Of toch, dat is wat we zien:
Van de ene tekst naar de andere: première, drie keer spelen, tekst in de schuif en volgend dossier. Alsof we wegwerpwerk maken en dus wegwerpschrijvers zijn geworden met wegwerpteksten. Zou dat onze staat zijn?
Of je bent stiekeme schrijver, onopgemerkt, niet ondersteund.
Of wegwerpschrijver, die holt van de ene productie naar de andere.
Of, er is nog een categorie: je bent de andere stem, die het gebeuren meerstemmig maakt.
En zo lijkt én een te veel aan werk te zijn voor sommigen, én een terkort aan steun en omkadering voor anderen. En te veel tijd, en te weinig tijd.
Is het nog in evenwicht?
Wie schrijft en wie even neerligt?
Ruimte maken is nuttig: tijd nemen ook. Er komt plaats voor het inlezen, richting kiezen, noodzaak voelen, in vraag stellen, je perspectief kaderen, aanvullen.
Er komt tijd vrij voor andere blikken op je tekst.
Plaats voor andere perspectieven om zelf iets te vertellen.
Ik kan het hebben over de vele teksten die ik zag voorbij komen,
maar hoe schrijf ik over de staat van teksten waarvan het grootste deel onzichtbaar, onhoorbaar, weggestoken?
Hoe spreek ik over de teksten die door niemand opgemerkt?
Hoe weten we hoe veel teksten nooit de vloer zien, zonder loon werden geschreven?
Hoe spreken we over de omstandigheden waarin ons werk ontstaat,
die maken dat het mag opgaan, mag afgaan, of de wereld ontgaat.
Hoe spreek ik over de teksten die niet geschreven durven worden?
TOEGANKELIJKHEID EN ZORG
Ik besefte: ik ben bang.
Ik ben altijd bang misbegrepen te worden. Vandaar mijn obsessie met woorden misschien.
Ik denk dat dat is wat gebeurt als je ervaringen meemaakte die je omgeving simpelweg niet kon begrijpen.
Ik ben ook bang omdat de dingen die ik wil aankaarten dingen zijn waar we op vastlopen, dingen zoals, toegankelijkheid en de decoloniale strijd. soms vraag ik me af waarom die thema’s voor velen worden ervaren als onvrijheid. Rob zou zeggen: kunnen we dan niks meer zeggen?
Hoe we die thema’s ontvangen zegt veel over ons perspectief.
Wat voor de een bevrijdend is, voelt voor de ander bedreigend.
Je bedreigd voelen door wat voor de ander bevrijdend is,
kan enkel vanuit individualistisch standpunt, gericht op eigen comfort en privilege,
niet op zoek naar groei, maar bewakend wat er is.
Als we vanuit een collectief bewegen denken en willen leren, ontvangen we feedback als een geschenk, gebaar van vertrouwen. Is het geen deur die sluit, maar een deur die open gaat. Een deur met nieuwe mogelijkheden.
Thema’s als toegankelijkheid verrijken ons creatief proces, als we ze echt omarmen als artistieke mogelijkheden, eerder dan achteraf, oplossingen zoekend voor zogenaamde ‘problemen’. Voor de voorstelling die ik nu speel, werd de tekst twee keer geschreven. Een keer in woorden, een keer in Gebarentaal.
Samen met Kristien, die tolk Vlaamse Gebarentaal is en samen met mij de voorstelling brengt en vertaalde, kozen we voor een heel vrije vertaling. Of eerder de vertaling als vertelling te beschouwen. We zochten naar een bezielde, een levende, poëtische vertelling in twee tale. Tijdens dat proces ontdekte ik verborgen lagen en betekenissen in de tekst, vond ik als speler houvast in gebaren die me, zonder dat ik de taal echt begrijp, enorm waren gaan raken. Gebarentaal is ongelofelijk mooi en poëtisch en me daar in kunnen verdiepen is een privilege.
Ik heb overwogen de volledige staat enkel in Gebarentaal te laten plaatsvinden.
Dan is alles duidelijk, dacht ik. Ofja op een bepaalde manier dan toch.
Dan hebben we hetzelfde probleem als nu, maar, voor de verandering, voor de meerderheid.
Dat idee kwam omdat ik vroeg of er een Gebarentolk zou zijn tijdens de staat. Had gekund, maar het was te laat om dit nog in orde te brengen.
We zouden de doelgroep niet meer gemobiliseerd krijgen.
Hoe pijnlijk illustreert dit waar we staan vandaag?
Hoe vanzelfsprekend werd de horende doelgroep gemobiliseerd?
Als een versie in Gebarentaal standaard zou zijn bij dit soort gelegenheden, was met dezelfde vanzelfsprekendheid hier een publiek aanwezig dat met Gebarentaal communiceert. Niet enkel bij uitzondering, als doelgroep. Maar als publiek zonder meer.
Ik vloekte op mezelf dat ik hier niet eerder- foeterde dat ik zo chaotisch-
Berispte mij dat ik lief moet zijn voor mijzelf - en nam mij voor de betrokken partners te overtuigen dat in de toekomst voor een toespraak altijd een Gebarentolk voorzien moet worden.
Ik bereidde me voor op het zoveelste slepend slopend gesprek, in de trant van:
beste instituut, met alle begrip voor alle omstandigheden en obstakels, dit is zeker geen kritiek, we zien de poging, maar ik wou dus vragen, als het niet stoort en eigenlijk ook als het wel stoort helaas, dan ook wil ik vragen: ...
stel dus dat we anders zijn dan de meerderheid waaruit jij bestaat, beste instituut,
mogen wij er dan nog bij?
O, en mogen wij erbij op onze manier? Of moet het zoals jullie hier…?
O, en lukt het om ons zijn niet op een rare manier als verkoopswaar te gebruiken?
Dat zo heeeel leuk zijn, dank u. Danku. Sorry.
Uiteindelijk stuurde ik een heel kort berichtje, waren ze het meteen met me eens, en wilden graag in gesprek gaan. Robin (van Brakke Grond) vroeg zelfs of ik, dat gesprek, dat ze zeker zouden verderzetten, of ik dat gesprek echt mee wil voeren of dat uit een soort verantwoordelijkheidsgevoel had voorgesteld. Ik kon mijn spieren weer ontspannen.
Ik zet me uit automatisme vaak schrap als ik instituten ergens van wil overtuigen, omdat dat meestal anders loopt.
Zouden we dan toch samen, met zorg voor elkaar, een groeiproces kunnen dragen?
Ik foeterde uit gewoonte nog eens tegen mijzelf -
... en vroeg me plots af of niet mensen een loon krijgen om dit soort taken te doen, de organisatie van dit festival enzo.
Probleem is dat ook zij moe zijn. Of geen tijd hebben. Of allebei.
Vaak komen vragen rond toegankelijkheid bovenop iemands volgepropte job. Niet gezond. Niet zorgzaam. Vandaar misschien de defensieve reacties als we feedback delen:
Mensen die geven wat ze kunnen, en horen dat het niet genoeg: niet gezond.
En dan mensen die keer op keer aankloppen en een deur in hun gezicht krijgen: niet gezond. Het creëert spanningen. Het helpt ons niet vooruit. Slecht voor de verbinding.
Ik geloof dat ieder instituut iemand nodig heeft die alleen met toegankelijkheid en zorg bezig is. Enkel en alleen daarmee. Elke voorstelling, elk evenement heeft namelijk andere toegankelijkheids vragen. Of dat hoop ik toch. Voor de heel nabije toekomst.
SCHRIJVEN VANUIT DE ANDER / exploitatie / tokenism
Kom ik bij mijn volgend gevoelig onderwerp: Mogen wij elkaars verhaal schrijven?
Hoe en waarom zouden we dat doen?
Ik doe het dus niet. Ik zal geen personage spelen of schrijven, dat nadrukkelijk eigenschappen heeft of ervaringen leeft die ik niet leefde.
Dat is mijn keuze. Het voelt niet goed. Zolang er niet dezelfde kansen zijn voor iedereen om deel te nemen aan dit hele gebeuren, gaat dat voor mij niet. Betekent dat dat ik nooit een ander perspectief kan binnenbrengen in mijn werk? Jawel. Wat mij betreft hebben we elkaar nodig. Het vraagt alleen tijd en rust en de bereidheid om je budget te verhogen of te delen, elkaar op te zoeken, samen te schrijven, te creëren in dialoog, ... met ruimte voor iemand om voor diens aandeel de eindbeslissing te krijgen. Die iemand is trouwens nooit de enige “andere stem”. Dat is hoe ik het zie. Velen zien het anders. Maar ik zie het dus zo. Voorlopig.
Veel te vaak verschijnen verhalen over mensen en hun pijn in een taal die niets te maken heeft met hun zijn.
Veel te vaak zie ik gevestigde schrijvers geld verdienen door levenservaringen van anderen
-zogenaamd om de wereld te veranderen-
om te zetten in een verkoopbaar verhaal,
dat weer de gevestigde ongelijkheid onderhoudt.
De kolonisatie van andermans verdriet.
Keer op keer zie ik theatermakers en schrijvers zogenaamde minderheidsgroepen woorden in de mond leggen die totaal ongeloofwaardig zijn.
Niet racistisch zijn doe je niet door niet racistisch te willen zijn. Dat doe je door racisme uit te systeem te bannen, dag na dag. Net als de andere ismes liefst. Wat mij betreft is dat 1000 keer belangrijker dan dat je, hoe noemt hij, de kwiebus, Shakespeare las.
Niet elk verhaal kan ik schrijven
dat inzicht beangstigt mij niet.
Het vertelt mij dat we elkaar nodig hebben.
Dat ik verrast kan worden
kan verrassen
niet alles moeten kunnen
is opluchtend
dus
Sta jezelf toe
toe te geven
Wat je niet wist
Wat je niet kan
Wat je niet kon weten
Wat je kan leren
Geef jezelf en de wereld die tijd.
Geef je de kans te leren (Rob)
Ook al voelt het moeilijk:
Ontvang Rob
Ontvang de gevoelens van anderen
En ontvang zo ook die van jezelf
Ontvang jezelf binnen een wereld die veel vraagt
Die verandert
Geef jezelf wat de wereld je niet altijd geven kan: tijd, zachtheid, openheid
Geef jezelf jezelf
En voor wie schrijft en niet allergisch is
Aan ongevraagd advies:
Geef wat enkel jij kan geven;
Je personages leven
Geef ze de complexiteit die jij kent
Die jij in je binnenste bent
Breek je tijdens het schrijven in stukken,
Zijn dat misschien de stukken die je schrijven moet
Draai jij tijdens het schrijven door
schrijf een verdwalende, herhalende tekst
Zoek de onmogelijkheid
Raak de weg kwijt
Schrijf jezelf voor de wereld
Zonder te vergeten dat die groter is dan wat jij kent
En wie jij bent
dat wat onzichtbaar is
Ook waar is
Laat wat je omringt zich vertalen
Je moet niks zijn, je moet niks halen
Dus schrijf niet voor wat verkoopt
Maar voor wat je hoopt
Niet wat je kent
maar wie je bent
niet in een taal die je kent,
maar de taal die jou herkent,
de taal die enkel jij neerpent.
Vouw de taal op en open
En laat ons mee hopen
Schrijf wat je niet gezegd krijgt
Schrijf je in eigen zorgzame taal
Schrijf je eigen specifieke verhaal
Schrijf niet van waar we kwamen
Maar waar we heen gaan samen
schrijven is een geschenk
Of een wapen
Bevrijd de wereld
Bevrijd je echt
Vecht met wat je zegt
Niet tegen elkaar
Maar voor elkaar
geef de wereld jezelfs
Als je dat kan
Als je dat wil
of doe een dutje, dat kan ook.
Over Dounia Mahammed
Dounia Mahammed is afgestudeerd aan het KASK Gent in 2015, is een schrijfster en actrice wiens werk zich onderscheidt door een bijzondere gevoeligheid voor taal, humor en beeldend denken, waarbij ze sociale kwesties, filosofische bespiegelingen en de poëzie van het alledaagse verkent in voorstellingen die balanceren tussen verwondering en vertwijfeling. Met haar werk, waaronder Woudwachten, de SABAM Jongtheaterschrijfprijs-winnende Salut Copain, w a t e r w a s w a s s e r (met Alan Van Rompuy) en Panic & Other Attacks (met Roos Nieboer), onderzoekt ze de complexiteit van het mens-zijn.
Shakespeare is Dead
4 - 6 april 2025